Regelmatig toerden mijn broer Jan met zijn Guzzi 1000 SP en ik met mijn 850 T3 en vaak werd er dan gemijmerd over een meerdaagse trip. Mandello was het doel dat meestal vernoemd werd. In 2024 vonden we dat we genoeg gedroomd hadden en we er maar eens werk van moesten maken. Bij de SP werden de clip-ons en zadel vervangen door meer handige toermodellen, de T3 kreeg een volledig nieuwe elektrische bekabeling. Het kiezen van een datum was niet zo eenvoudig. Als ijverige gepensioneerden bleken onze agenda’s vrij vol te zitten en niet overeen te komen. Mei en juni zaten vol en dus werd er voor gekozen om met paasmaandag 18 april te vertrekken voor een 8-daagse reis. Dat is vrij vroeg, want de meeste bergpassen gaan slechts vanaf mei open. De week voor het vertrek werden de weersvoorspellingen aandachtig gevolgd en die gaven helaas veel bewolking en regelmatig regen. Gelukkig was onze eerste halte, motorhotel Col de Bussang, net vanaf het paasweekend terug open.

We spraken af in Leuven om vandaar naar Eghezée en de N4 te rijden. In Martelange werd goedkoop getankt en zakten we via Longwy naar de autostrade A31 (Metz-Nancy). Het was die dag al meer dan 6u rijden dus was een stuk autostrade wel tijd gewonnen. Ondanks dreigende wolken bleef het droog tot na de middagpauze. Dan kwamen er aprilse grillen met af en toe zelfs smeltende hagel. Op de baan werd dat gelukkig water, maar met een halfopen helm werd mijn aangezicht toch wel regelmatig getrakteerd op venijnig geprik. Voorbij Epinal werden de banen rustiger verdween laatste regen van heel onze reis en het landschap mooier.
Col de Bussang is een echte aanrader. Netjes ingericht en de Vlamingen Dimi & Shana bezorgden ons een heerlijke maaltijd en dit aan een zacht prijsje. Op aanraden van Dimi reden we met bewolkt, maar droog weer nog een deel van de knappe Crêtes des Vosges o.a. langs de Grand Ballon en Le Markstein om dan via Mulhouse naar Zwitserland te draaien.

We konden het rustig aan doen en veel secundaire baan nemen. We hadden immers nog een overnachting voorzien aan het meer van Luzern. Vandaar begon het klimwerk richting Gotthard, prachtige uitzichten (en flink wat frisser rijden). Helaas moesten we tenslotte wel door de tunnel, de pas was nog niet open. Aan de andere kant waanden we ons al in Italië: zonnig en overal Italiaanse opschriften. Dat we echter nog in het Italiaanssprekende deel van Zwitserland waren, merkten we toen we onze koffie wilden betalen. Zwitsers geld hadden we niet bij, kaarten werden niet aanvaard, maar gelukkig wel euro’s. Dan verder door het drukke Lugano. Maar toen we langs de oevers van het meer van Lugano reden, kregen we echt het vakantiegevoel: mooi panorama, veel zon (was er geen bewolking voorspeld) en warme temperaturen. Snel de trui uit en verder naar Menaggio aan het Komomeer.

Met de overzet kwamen we in toeristische Varenna en reden het laatste stukje naar Mandello. Eerst even naar de fabriekspoort en het standbeeld van Carlo en dan een welverdiende pint in café Elefante rosa.

Onze B&B, la Casa della Musica, lag in Olcio. Eigenaar en muzikant Massimo nam zijn taak zeer serieus en trachtte ons verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Zo regelde hij de eerste avond een diner bij een oud koppel in een even oude villa in de buurt. 4 gangen, een fles wijn inbegrepen: €20 per persoon. De 2 volgende dagen toerden we alweer met droog en vaak zonnig weer in de Valsassina vlakbij Mandello. De nodige bochten en hoogtemeters maakten de routes zeer mooi, telkens beloond met prachtige uitzichten over het Komomeer.
De volgende dag (26 april) was het warm aankleden geblazen, want de planning was over de Julierpas terug te keren naar Zwitserland. Onderweg zagen we echter een bord met “Splügenpas aperto”. Normaal opent die pas op 1 mei. Zonder twijfelen werden de 52 haarspelbochten naar boven aangepakt. Onderweg was er zeer weinig verkeer. De warme kledij was, ondanks het zonnetje, wel nodig. We reden boven tussen sneeuwmuren, maar de baan zelf lag perfect. Een schitterende tocht.

Na de afdaling ging het verder naar Vaduz in Liechtenstein, waar we een kijkje gingen nemen. En dan maar weer ver tot Ühlingen, net over de grens in Duitsland. Hotel Posthorn zorgde ook voor een lekkere maaltijd en overnachting en zo konden we via pittoreske dorpjes naar de Moezel (Zeltingen) rijden. Een laatste pension en stevige Duitse diner alvorens terug te keren naar hobbelige Belgische asfalt en 30 en 50-zones. In Leuven namen Jan en ik afscheid. Ook dat gezelschap was super en versterkte de broederband nog meer. Het was een zalige trip die vraagt naar een vervolg.
Geert
P.S. Van 4 tot 6 september 2026 is het weer het Open House Weekend in de Guzzifabriek in Mandello del Lario. Dan wordt 105 jaar Moto Guzzi gevierd.